Nog geen reacties

Pinksteren (20 mei)

De naam ‘Pinksteren’ komt van het Griekse pentèkostè, dat ‘vijftigste’ betekent. Het is de laatste dag van de Paastijd. De Kerk viert met Pinksteren de voltooiing van Pasen door de uitstorting van de Heilige Geest over de apostelen.

De Heilige Geest is God zelf in Zijn werkzame kracht en kan ook worden gezien als de goddelijke liefdesband tussen God de Vader en Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon. Het Nieuwe Testament verhaalt hoe Jezus door de Heilige Geest gedreven wordt. Volgens het Evangelie van Johannes belooft Jezus zijn apostelen op de avond vóór zijn lijden en dood dat Hij hen de Geest zal zenden. De Geest zal hen voor altijd met Vader en Zoon verbinden, en hen helpen getuigenis af te leggen over de verrezen Jezus. Volgens de Handelingen der Apostelen daalde de Geest op de apostelen neer. Dat gebeurde tijdens het joodse pinksterfeest, zeven weken na Pesach.

Het joodse pinksterfeest heet Sjavoeot. ‘Sjavoeot’ is Hebreeuws voor ‘Wekenfeest’: het feest moet volgens de Wet van Mozes zeven weken na Pesach gevierd worden. Met Pesach herdenken de joden de bevrijding uit Egypte, en met Sjavoeot de openbaring van de Tora op de berg Sinaï. Sjavoeot is feitelijk de bekroning van Pesach: de uittocht van het joodse volk uit Egypte en de weg naar het Beloofde Land wordt bekrachtigd door een godgegeven Wet, waar het volk voortaan naar leven kan. Bij de christenen is, net als bij de joden, Pinksteren de bekroning van Pasen: de uittocht van Christus uit het dodenrijk die met Pasen gevierd wordt, wordt met Pinksteren bekrachtigd door het goddelijk geschenk van de Heilige Geest.

Bron: KRO

Reacties zijn gesloten.