Deel I

De Joseph is niet zomaar een kerk, het uiterlijk, het innerlijk, haar geschiedenis maken de Joseph bijzonder. In een reeks korte stukjes een reisje rond en in de Joseph. Niet uitputtend want “Roodenburg” en de gevelsteen in de pastorie komen bijvoorbeeld niet aan bod. De ramen over het leven van St Joseph evenmin. Maar dan blijft er iets te vragen over bij één van de rondleidingen de komende maanden.

De Joseph is de oudste nog in gebruik zijnde Katholieke Kerk in Haarlem. Haar geschiedenis gaat terug tot de 13e eeuw. Toen werd in Haarlem het Begijnhof gesticht. Begijnen waren geen nonnen en geen leken maar een soort tussenvorm, vrouwen die een aan God toegewijd leven leidden. De Begijnen hadden een eigen kerk, de kerk die we nu als de “Waalse Kerk” kennen.

Bij de reformatie werd deze kerk door de protestanten – hoe zeg je dat netjes – “overgenomen”. Daarop richtten de Begijnen in één van de woninkjes een kleine “bedeplaats” in  en stichtten in 1615 een kleine kapel, de “Begga-kapel”. De Begijnen hadden al die tijd een pastoor. De toeloop van gelovigen steeg en de kapel dreigde uit haar voegen te barsten. De pastoor van dat moment, Cousebant, kocht in 1669 een pand aan het Goudsmidspleintje en richtte er een schuilkerk in voor Zon- en feestdagen. De Begga-kapel bleef daarnaast gewoon in gebruik.

In de eerste helft van de 19e eeuw werd de theoretische gelijkheid van alle religies steeds meer ook echt praktijk. Katholieken werden maatschappelijk wel met enige argwaan bekeken, het waren immers aanhangers van een buitenlandse wereldlijke macht, de Paus, die in die tijd de Kerkelijke Staat bestuurde. Een flink deel van het huidige Italië. En het waren aanhangers van de al eeuwen als tweederangs bekeken oude religie. Maar ondanks dat alles maakten de nieuwe vrijheden dat het aantal openlijk Katholieken snel steeg.

Ook de schuilkerk werd veel te klein en een nieuwe, grotere, kerk werd nodig.

En dat……werd onze Joseph.