Nog geen reacties

Jezus’ verschijning tussen Pasen en Hemelvaart in

Anders dan anders
In de verhalen van de evangelisten die over de tijd tussen Pasen en Hemelvaart vertellen staat één ding vast. Wat zij in deze tijd hebben ervaren, is niet gemakkelijk onder woorden te brengen. Aan de ene kant is de ervaring die ze met de verrezen Heer hebben opgedaan zo sterk, dat ze in hele lijfelijke termen over zijn aanwezigheid spreken. Aan de andere kant worden er woorden gebruikt die op een andere verschijningsvorm van Jezus duiden.

Opdracht
De Jezus, die plotseling in hun midden verschijnt, is de verrezen Heer en die verschilt wezenlijk van de Jezus van vóór Goede Vrijdag. De leerlingen zijn bang. Vreest niet, lezen we ook bij herhaling, jullie zien geen spoken!

Mijn aanwezigheid is realiteit, tastbaar. Maar je kan en mag mij niet vasthouden. Mijn plaats is in de hemel, bij mijn Vader.
Elke evangelist vertelt over één of meerdere keren dat Jezus aanwezig is te midden van zijn leerlingen. Maar ze beschrijven ook allemaal zijn hemelvaart. Jezus moet naar de hemel toe, opdat de Geest kan komen en vaardig over hen kan worden.
Over de uiteindelijke taak van de leerlingen kan geen twijfel bestaan: Ga erop uit, wees mensen die vanuit mijn geest leven en handelen. Maak mensen heel in mijn naam. Begin bij de inwoners van Jeruzalem en dan de wereld in!

Levensteken
Ik vind de evangelieverhalen die over de verschijningen van Jezus vertellen, nadat de vrouwen het lege graf hebben gevonden niet gemakkelijk te begrijpen.
Aan de ene kant lijken die ervaringen op die van mensen, die pas een dierbare hebben verloren en rouwen. Die mevrouw die erop durft te zweren dat ze iedere avond de voetstappen van haar man in de gang hoort als hij thuiskomt uit zijn werk; de cactus die ineens gaat bloeien als teken van boven; het zien van zijn gestalte tussen de mensen in de stad; de nabijheid van een dierbare om je heen blijven voelen…..
Mijn man zegt: ”bij God is niets onmogelijk, dus waarom zouden de leerlingen Jezus niet gewoon gezien hebben met lichaam al, het staat er toch, waar maak je je druk over?”

Handen en voeten
Als theoloog denk ik: het zijn verhalen over het lege graf, geen verhalen over een levende dode. Wat zoek je de Levende bij de doden, Hij is niet hier, Hij gaat U voor naar Galilea. Galilea is de plek waar Jezus rondtrok, zieken genas, zonden vergaf, kortom waar Hij het rijk van God handen en voeten gaf en zichtbaar maakte.
Als gelovige zeg ik: het gaat over een aanwezigheid die niet vast te houden is. De evangelisten vertellen alle vier op hun eigen manier over de ervaring en ontdekking van de verrezen Heer in hun midden. Iets dat toen gebeurde, maar ook nu nog steeds ervaarbaar is: bij mensen die niet gezien en toch geloofd hebben.
Jezus verschijnt in het midden van mensen die in zijn naam bijeen zijn. Het kunnen er twee zijn, zoals bij die twee mannen op weg naar Emmaus.

Het kunnen er meer zijn, zoals bij de tien leerlingen in de bovenzaal: bij elkaar gekomen om over Jezus te praten, zijn testament op te maken, moed verzamelend om in zijn voetsporen te treden, de angst
voorbij. Je staat er niet alleen voor. Ik ben bij jullie, altijd, elk moment van de dag. Ik zal jullie helpen, inspireren, kracht geven, bemoedigen, beschermen. Deze kracht is iets dat heel veel mensen in hun leven ervaren, ook nu.

Ontdekking
En daar vinden we elkaar dan weer, mijn man en ik. Want dat is voor ons allebei geleefde werkelijkheid. We kunnen die aanwezigheid niet bewijzen, niet aanraken of vasthouden, maar ik ben er zeker van dat het kan: leven met de Verrezene te midden van ons mensen. Het gewone leven van alledag licht met deze aanwezigheid op tot een aaneenschakeling van bijzondere momenten, vol vreugde waarover je je alleen maar kunt verwonderen. (Lc 24,41)

Bron: Geloven thuis

Reacties zijn gesloten.