Rondgang door de kerk

Rondgang door de kerk
De kerk is van binnen ruim en zeer fraai, maar tevens eenvoudig ingericht”, schreef de ”Oprechte Haerlemsche Courant” bij gelegenheid van de inwijding op 31 mei 1843. En hoewel er in de loop der jaren heel wat verbouwingen en veranderingen zijn aangebracht, menen we dat deze typering nog steeds opgaat.

Zuilen
Er straalt kracht en degelijkheid uit van de 12 pilaren die het middenschip dragen. Het getal 12 verwijst onmiskenbaar naar de 12 stamvaders van het Oude Testament en tevens naar hun opvolgers in het Nieuwe Testament, de12 apostelen. Zij verwijzen echter ook naar de 12 artikelen van het geloof, de compacte weergave van de leer van het christendom. De woorden van de 12 artikelen prijken dan ook hoog in de gewelven met daaronder deportretten van latere kerkvaders. Aan de linkerzijde zien we vier kerkvaders van de westerse kerk: Ambrosius, Hieronymus, Augustinus en paus Gregorius. Aan rechterzijde vier kerkvaders van de oosterse kerk: Johannes Chrysostomos, Gregorius van Naziance, Basilius en Athanasius. Deze schilderingen en de andere hoog boven in de kerk zijn van de schilder Frans Loots en vervaardigd volgens de zogenoemde polychromietechniek.Hoogkoor en het hoogaltaar
De zuilen richten de aandacht onomkoombaar naar het hoogkoor en het hoogaltaar, het centrum van de kerk. Het hoogkoor, aangebouwd omstreeks1860 (toen de kerk de functie van bisschopskerk kreeg), heeft in de loop der tijd nogal wat veranderingen ondergaan. De huidige vorm dateert van 1935. Het hoogaltaar is één van de weinige nog bestaande zogenoemde ciboriumaltaren. Ciborium is het Latijnse woord voor ’tent’ en verwijst naar de tent, waarin tijdens de tocht van het joodse volk door de woestijn de Ark des Verbonds was geplaatst. Hoog boven het ciboriumdomineert de schildering van Anthonius Brouwer: het visioen van de Troonzaal uit het boek der Openbaring van God de Vader met het boek der Zeven Zegels.
Een kostbare herinnering uit de tijd van de schuilkerk is de zilveren pelikaan, die op het tabernakel van het hoogaltaar staat. Ze is omstreeks 1750 vervaardigd door David de Klerk. De pelikaan is van oudsher het symbool van de opofferende liefde en verwijst naar het Kruisoffer en de Eucharistie.
Naast het altaar zien we de beeltenissen van Petrus (links) en Paulus ( rechts). Aan de zijmuren zien we aan de linkerkant afbeeldingen van Mozes met de koperen slang en de profeet Jesaja en aan de rechterkant koning David met de harp, en koning Salomon de wijze.
In het priesterkoor vallen voorts de fraaie kanunnikenbanken op. Ze herinneren nog aan de tijd dat de kerk kathedraal van het bisdom was. Omstreeks 1870 zijn ze ontworpen door architect H. J. van den Brink.

Bijbel
Links van het offeraltaar staat een Bijbelboek uit 1743. Het gaat hier om een bijbel die 40x24x10 centimeter meet, 5 kilo weegt, goud op snee en in een roodlederen band gebonden is. Ze telt ruim 1250 bladzijden. De volledige titel luidt:

“Biblia Sacra”; dit is de H.Schriftuur van het Oude en Nieuwe Testament, naer de Laetste Roomsche keure der gemeine Latijnsche overzettingin Nederduitsch vertaald”.

Waarschijnlijk is deze Bijbel lange tijd gebruikt door de begijnen; hetzij in hun kerk, hetzij in hun bibliotheek.Gebrandschilderde ramen
In het hoogkoor bevinden zich nog enkele gebrandschilderde ramen. Helemaal boven links Maria Onbevlekt Ontvangen, daaronder een tafereel van het slachten van het paaslam in een joods gezin. het laatste avondmaalAan de rechterzijde boven Joseph met het Jezuskind met daaronder het offer van Melchisedek, koning en priester van Israël.Ze zijn door Heinrich Oidtmann vervaardigd, in de tweede helft van de 19e eeuw. Opvallend zijn de tien gebrandschilderde ramen in het middenschip van de kerk. In zachte tinten wordt in elk raam een tafereel uitgebeeld uit het leven van Jezus, Maria en Joseph.

Van links vooraan te beginnen zien we achtereenvolgens: de verloving van Maria en Joseph, de geboorte van Jezus en het bezoek van de herders, de opdracht in de tempel en het bezoek van de wijzen.
Vanaf rechts achteraan te beginnen zien we de vlucht naar Egypte, de 12-jarige Jezus die onderricht geeft in de tempel, een familietafereel van Jezus met zijn ouders en tenslotte de dood van Joseph, liggend op zijn sterfbed.
Ze zijn waarschijnlijk vervaardigd door de Bruggense Glazenier Jules Dobbelaere (1822-1885), van wie we ook aan de zijkanten vooraan in de kerk werk kunnen zien. Veel sterker van kleur zijn deze andere door hem beschilderde ramen. Rechts vooraan geeft het grote raam een beeld te zien van de marteldood van de martelaren van Gorkum. Daar recht tegenover geeft het raam het Laatste Avondmaal weer. Deze twee grote zijramen zijn enkele jaren geleden vakkundig gerestaureerd.

Zijaltaren
Het zijaltaar aan de rechterkant is toegewijd aan Sint Bavo, de heilige die zo verwant is met het Haarlemse. Zijn beeld staat hoog in de nok van het altaar. Onder hem in het midden staat het beeld van St.Willibrord. In de hoek rechts het beeld van de heilige Blasius, die we kennen van de blasiuszegen.
In het midden staat de moderne doopvont, gemaakt door Karel Trautwein.
Rechts van het zijaltaar zien we de portretten van enkele voormalige pastoors van de kerk.
Het thema van de pelikaan komt ook terug in het zijaltaar dat links van het hoogaltaar staat. Het is toegewijd aan het Heilig Hart, wiens beeld het ook draagt.
Door de glazen deur en onder het toeziend oog van de beelden van Joachim en Anna, de ouders van Maria, komen we in de Mariakapel.

Mariakapel
In de Mariakapel zijn twee prachtige gebrandschilderde ramen te bewonderen, het ene een historisch tafereel voorstellende, het andere een uitbeelding van de geheimen van de Rozenkrans, die beide van de hand van de eerder genoemde Karel Trautwein zijn.

Tussen het hoogkoor en de zijaltaren prijken nog een keer beelden van Maria en Joseph. Maria en Joseph vinden we trouwens nog een keer in de kerk terug, maar dan nu helemaal achterin: Joseph de geheimen van de Rozenkransaan de linkerkant met hetkind Jezus en Maria rechts met het kindje op haar arm. Deze beelden behoren tot de oudste in de kerk, van circa 1850. Ze zijn van beeldhouwer Willem Tekker.
In het midden van het zijpad (rechts) ziet u de biechtstoel die nog in gebruik is. Boven de deur een reliëf, dat de terugkeer van de verloren zoon voorstelt.
De 14 kruiswegstaties, die de zijwanden sieren, zijn eveneens in reliëf uitgehouwen. Opvallend bij deze kruiswegstaties is, dat elk tafereel van het lijden van Christus wordt gesecondeerd door de beelden van telkens twee heiligen uit de gehele na- christelijke tijd. De maker heeft hiermee waarschijnlijk willen benadrukken dat de geschiedenis van het lijden van Jezus nauw verbonden is met de geschiedenis van de mensheid. De kruisweg wordt nog steeds gebruikt bij de herdenking van Jezus’ lijden en sterven op de middag van Goede Vrijdag.

Achter in de kerk tenslotte treft u een herdenkingsplaat aan van twee mannen die kort geleden na elkaar zijn gestorven en in de recente geschiedenis veel voor de Josephkerk hebben betekend: organist Albert de Klerk en koster Leo Vosse.

Het orgel
Het orgel in onze kerk is in 1906 gebouwd door de Amsterdamse orgelmaker Pieter Adema. Adema heeft zich bij zijn werk laten inspireren door de opvattingen van de bekende Franse orgelbouwer Aristide Cavaillé Coll, de voornaamste schepper van het Franse romantische orgel. Het is wellicht interessant op te merken dat het orgel in het concertgebouw in Haarlem een authentiek Cavaillé- Collorgel is en het grote Willibrordusorgel in de Kathedrale Basiliek St.Bavo een Adema- orgel is.

Adema orgel uit 1906
Bij de bouw van het orgel in de St. Josephkerk werd gebruik gemaakt van zowel het front als van materiaal uit een eerder orgel, dat in 1856 door de Utrechtse orgelmaker Hendricus Lindsen was gebouwd. Reeds in 1861 was dit instrument (waarschijnlijk vanwege technische onvolkomenheden) toe aan een uitgebreide restauratie, die werd uitgevoerd door de Amsterdammer Matthias van den Brink.
40 jaar later was het orgel opnieuw aan een grondige herziening toe. In 1905 werd van Adema in eerste instantie een prijsopgave gevraagd voor een uitgebreide reparatie, maar uiteindelijk besloot men tot de bouw van een nieuw instrument en de firma Adema kreeg die opdracht.
In 1947 en 1967 zijn door Adema’s opvolger Hubert Schreurs herstellingen en wijzigingen aangebracht. Het orgel is daardoor niet meer geheel in zijn oorspronkelijke staat, maar de aangebrachte wijzigingen zijn met begrip voor het wezenlijke karakter van het instrument uitgevoerd. De firma Adema/Schreurs, geleid door Hubert Schreurs’ zoon Antoine, heeft het instrument nu in onderhoud.
Het orgel is bij veel organisten en luisteraars zeer geliefd vanwege de milde klank die het voortbrengt en de rijke variatie aan klankkleuren, registers genaamd. Ook dankzij de musici Hendrik Andriessen en Albert de Klerk is het een van de bekendste Adema orgels in ons land. Niet in het minst door de vele radio -, lp – en cd – opnamen, die Albert de Klerk op dit orgel ten gehore heeft gebracht.Na de plotselinge dood van Albert de Klerk in december 1998 werd Gemma Coebergh benoemd tot zijn opvolgster.

Reacties zijn gesloten.