Geschiedenis

In 1993 vierden we in onze parochie op luisterrijke wijze het feit dat de St Josephkerk 150 jaar geleden werd ingewijd. Bij die gelegenheid verscheen een jubileumboek, geschreven door de befaamde Haarlemse schrijver en journalist Wim Helversteijn. De titel van dit boek luidt: “Sint Josephkerk, kroniek van de kerk op het Begijnhof”. In het prachtige boek dat hij ons heeft nagelaten – Wim Helversteijn overleed in 1996- laat hij op indringende en boeiende wijze kennis maken met de rijke geschiedenis van onze parochie en de veelzijdigheid van gebeurtenissen waarmee onze parochie in de afgelopen eeuwen te maken heeft gehad. In de volgende hoofdstukken worden in het kort enkele van die schatten uit het verleden in de schijnwerpers gezet. Daarbij wordt dankbaar gebruik gemaakt van de informatie die in de kroniek van Helversteijn te vinden is, alsook van het vele speurwerk dat onze parochiaan Mr J. de Rijk in de loop der jaren op eigen initiatief heeft verricht.

De oudste geschiedenis
Aan de bouw en inwijding van St Josephkerk (1841-1843) waren al meer dan zes eeuwen van geschiedenis van onze parochie vooraf gegaan. Het was reeds in de beginjaren van de 13e eeuw dat in de directe omgeving van onze kerk een gemeenschap van begijnen werd gesticht. De stichter was Arent van Sassenheim die pastoor was van Haarlem van 1262 tot 1272. De begijnen staan derhalve aan de wieg van onze kerk en van onze parochie. Ze woonden, werkten en baden in de directe omgeving van onze huidige kerk. Begijnen waren noch kloosterling, noch leek. Het was een soort tussenvorm van een religieuze beweging van godvruchtige vrouwen. Zij leefden zowel in gemeenschap, als in afzondering in een afgescheiden gebied, omgeven door heuse muren en poorten.
De begijnen hadden een eigen gebedenhuis, de huidige Waalse Kerk en zij werden ‘bediend’ door de priesters van de enige parochiekerk van Haarlem, in die dagen een stad met ongeveer duizend inwoners. Arent van Sassenheim was priester van die kerk, de Mariakerk op de Grote Markt, de voorganger van de latere grote St Bavo.
In betrekkelijke rust hebben de begijnen daar geleefd totdat in 1576 het hele complex tezamen met een groot deel van de stad in vlammen opging. Twee jaar later was er die andere brand, die het leven van de begijnen radicaal zou veranderen: de opkomende reformatie met als dieptepunt de beruchte ‘Haarlemse Noon’, toen op 29 mei van het jaar 1578 de grote Bavokerk tijdens de sacramentsprocesie door vandalen werd bestormd en Haarlem definitief werd hervormd. De begijnen zochten hun toevlucht in het ondergrondse en in schuilkerken, totdat de beweging uiteindelijk van zichzelf ophield te bestaan.

Het kerkgebouw
Nadat de katholieken eeuwenlang gekerkt hadden in de schuilkerk aan het Goudsmidsplein was het pastoor Boin, die de kans schoon zag in plaats van de veel te kleine Beggakapel een echte parochiekerk te laten bouwen. De kerk is gebouwd tussen 1841 en 1843 en ingewijd op 31 mei van het jaar 1843.
Met de nieuwe kerk kwam een einde aan een tijd waarin de katholieken op en rond het Begijnhof met moeite en met veel tegenwerking hun geloof konden belijden. Eindelijk was er vrijheid van godsdienst en mocht men openlijk voor zijn (katholieke) geloof uitkomen.
De St Josephkerk is een zogenoemde Waterstaatskerk, gebouwd door architect Ir. H.Dansdorp. Hij was als architect in dienst van het Ministerie van Waterstaat. Vanwege de subsidies had dit ministerie destijds een flinke vinger in de pap bij de bouw van kerken. Dansdorp, zelf van hervormde huize, maakte een ontwerp in neo- classicistische stijl. Het neo- classicisme was in die dagen een populaire, wat modieuze kunstvorm -ook in de architectuur- die zich liet inspireren door de oude Griekse en Romeinse kunstvormen en bouwwerken: gekroonde zuilen, frontons, pilasters, bogen, veel gips, stucwerk en marmer. Een kerk die ook in Italië niet zou misstaan.

bron: 150 jaar St. Josephkerk Haarlem door Wim Helversteijn

De katholieke kerk in Nederland kreeg in de loop van de 19e eeuw gaandeweg weer een eigen gezicht. Hoogtepunt daarbij was toen in 1853 de kerkelijke hiërarchie werd hersteld. De bisdommen die tijdelijk opgeheven waren, werden weer in oude luister hersteld. Ook het bisdom Haarlem kreeg een nieuw leven. Mgr. F. van Vree werd na het herstel de eerste bisschop. Maar een bisdom heeft een bisschopskerk nodig. Per decreet van 7 juli 1853 verhief Paus Pius IX de Sint Josephkerk tot kathedraal van het bisdom Haarlem.
Al na korte tijd bleek de kerk te klein voor de vele functies die een kathedraal heeft. In 1856 werd de kerk om die reden aanzienlijk in de lengte en in de breedte vergroot, met op het nieuwe priesterkoor de prachtige eikenhouten kanunnikkenbanken. Zo heeft de kerk in de afgelopen anderhalve eeuw heel wat verbouwingen en veranderingen ondergaan, maar is uiteindelijk het gebouw geworden met veel allure. Tot op de dag van vandaag staat de toeschouwer verbaasd dat achter die eenvoudige smalle, maar ook wat strenge voorgevel, zulk een groot, ruim en vooral sfeervol interieur schuil gaat!
Er is derhalve weinig fantasie voor nodig om te beseffen dat een degelijk onderhoud van het kolossale gebouw voor iedere generatie bestuurders een enorme opgave is geweest.

Reacties zijn gesloten.