Nog geen reacties

Johannes de Doper (24 juni)

Johannes wordt beschouwd als de voorloper van Jezus de Messias. Hij doopte in de Jordaan een doopsel van bekering en kondigde aan: “Na mij komt iemand die groter is dan ik; ik ben zelfs niet waard de riem van zijn sandaal los te maken”. Hij zag zijn optreden zelf als baanbrekend werk voor de Messias. Deze herkende hij in Jezus op het moment dat hij Hem doopte. Althans zo zeggen de drie evangelisten Matteüs, Markus en Lukas. Want de vierde, Johannes, suggereert dat Johannes Jezus al eerder kende.

Bij Lukas lezen we, dat Johannes’ moeder, Elisabeth, een bejaarde nicht van Jezus’ moeder was. Toen Maria van de engel Gabriël de boodschap ontving dat zij van Gods Geest een kind zou krijgen en vroeg hoe dat mogelijk was daar ze geen omgang had met een man, antwoordde de engel: “Bij God is alles mogelijk. Zelfs uw nicht Elisabeth, die onvruchtbaar heette, is al in haar zesde maand.” Daarop snelde Maria naar Elisabeth toe om haar in de laatste maanden voor de geboorte ter zijde te staan. Bij de begroeting tussen beide vrouwen – zo schrijft Lukas diepzinnig en prachtig – sprong het kind op in de schoot van Elisabeth; dat was voor Elisabeth voldoende om te beseffen dat zij hier te doen had met de aanstaande moeder van de Messias…

Ook Johannes’ geboorte was aangekondigd door de engel Gabriël, en wel aan zijn vader Zacharias op het moment dat hij zich als priester in het heilige vertrek van de tempel bevond. Ook hij vroeg hoe zoiets kon, daar hij en zijn vrouw onvruchtbaar waren gebleken. Ook hij had als antwoord gekregen dat voor God niets onmogelijk is. Hij kreeg bovendien een teken van de waarheid mee: hij zou niet kunnen spreken tot aan de geboorte van het kind, dat hij Johannes moest noemen. Toen het kind geboren was en men aan Zacharias vroeg hoe het moest heten, moest hij gebruik maken van een schrijftabletje om te antwoorden: “Johannes moet het heten.”

Bron: Dries van den Akker s.j.

Reacties zijn gesloten.