Nog geen reacties

Drie Koningen

Door Dries v.d. Akker SJ

‘Toen Jezus geboren was in Bethlehem in Judea, onder koning Herodes, kwamen er magiërs uit het oosten in Jeruzalem aan. Ze vroegen: “Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Want wij hebben zijn ster zien opkomen en wij zijn hier om hem te huldigen”.’

Zo schreef Mattheus in het tweede hoofdstuk van zijn evangelie. We horen verder hoe Herodes verschrikt bij dit bericht; hoe zijn raadslieden op grond van de oude profeten weten te vertellen dat de nieuwe koning in Bethlehem geboren moet zijn, en hoe de wijzen het kind hulde brengen en geschenken aanbieden: wierook, goud en mirre. Tenslotte wordt hun geopenbaard dat Herodes het kind zoekt te doden. Met het gevolg, dat ze niet meer bij hem langs gaan, maar via een omweg terugkeren naar huis.

In de liturgie wordt dit feest genoemd de Openbaring des Heren ; de volksmond spreekt over het feest van Drie Koningen.

Van wijzen naar koningen

Dit verhaal geeft aan Mattheus de mogelijkheid te laten zien hoe in Jezus allerlei verhalen en voorspellingen van profeten uit het Oude Testament bewaarheid worden. In Numeri, Jesaja en Micha vinden we verwijzingen naar het bezoek van wijze, voorname heren die geschenken komen brengen aan de Msessias. Geen wonder dus dat het volksgeloof de wijzen veranderde in koningen. Mattheus noemt hun aantal niet, maar al gauw werden het er drie op grond van de drie geschenken: goud, wierook en mirre. Goud, zoals past voor een koning; wierook om aan te duiden dat het kind goddelijke eer toekwam, en mirre als toespeling op zijn dood: immers mirre was een balsem waarmee doden werden afgelegd.

Het verhaal van de drie koningen bracht tot uitdrukking dat alle volkeren Jezus goddelijke hulde brengen. Ze werden bekend onder hun verlatijnste Perzische namen: Caspar, Melchior en Balthasar. Ze zouden resp. 20, 40 en 60 jaar oud zijn geweest; getallen die de levenstijdperken van de volwassene symboliseren. Zo werd duidelijk dat in deze drie werkelijk heel de mensheid Jezus goddelijke hulde bracht. Vandaar ook dat één van de drie, Caspar, een zwarte huidskleur kreeg in de verhalen.

Afbeeldingen

Op middeleeuwse afbeeldingen vertoont de zogeheten ‘Aanbidding der Wijzen’ sinds – grofweg – het jaar 1300 een vast patroon. De voorste koning, de oudste, ligt geknield voor het kind Jezus; de kroon heeft hij afgezet. Nu eens staat ze naast hem op de grond; dan weer houdt hij haar in de hand of ligt ze op zijn knie; soms speelt het Jezuskind ermee. De achterste, de jongste staat nog rechtop, en heeft nog de kroon op het hoofd. De middelste neemt een houding aan die tussen deze twee in ligt. Op de ene afbeelding staat ook hij nog recht op, op andere zien we hem in een houding die aangeeft dat hij bezig is te knielen; nu eens heeft hij de kroon nog op, dan weer heeft hij haar reeds afgezet.

Patronaten

De Drie Koningen zijn de stadspatroons van Keulen. Het stadswapen wordt gekenmerkt door hun drie kronen. Verder zijn ze de patroons van de pelgrims, weggebruikers, de reizigers en de reizende kooplieden. Bovendien zijn ze patroons van speelkaartenmakers, en wordt hun voorspraak ingeroepen tegen onweer en epilepsie.

Reacties zijn gesloten.